Hoofdstuk 5 van 6

De loslating en de nabeweging

De loslating en de nabeweging

Laat de dartpijl los wanneer je onderarm gestrekt naar voren is, op het hoogste punt van de beweging. De vingers openen gelijktijdig, zonder ruk, zodat de punt niet afwijkt.

Zet de beweging voort na het loslaten: dit is de nabeweging. Je arm strekt zich naar het bord uit en aan het einde wijst je wijsvinger van nature naar de plek waar je op mikte.

Kaap je beweging nooit af. Een worp die halverwege wordt geremd, verliest nauwkeurigheid en consistentie.

Tip · Aan het einde van de worp moet je hand het bord 'begroeten', met je vingers erop gericht. Dat is het teken van een goede nabeweging.
← Het mikken en uitlijnen ← Terug naar de lessen De consistentie →
Jij bent aan de beurt

Breng het in de praktijk.

PlayDart houdt de score bij terwijl je aan je worp werkt. Start een partij of een training.

PlayDart openen